architecten Els Claessens en Tania Vandenbussche

Lokalen jeugdbewegingen Blankenberge

2005-2008

stabiliteit Babel ingenieurscollectief, Laurens Luyten - Wouter Notebaert
technieken studiebureau R. Boydens

© Hilde D’haeyere

Het terrein ligt in de polders dicht achter de kustlijn. Het is de omgeving van de vroegere hoeve de Sol. Enkele jaren geleden werd er het Zeebos aangeplant en een speelterrein ingericht. De Stad Blankenberge wil er de lokalen voor drie jeugdbewegingen bouwen.

De noden en wensen zijn - op nuances na - zeer gelijkaardig voor de drie jeugdbewegingen. In wezen is er geen aanleiding om het gebouw van de ene vereniging anders vorm te geven dan dat van de andere. Een gebouw voor de VVKSM moet wel dubbel zoveel leden herbergen als een gebouw voor de CHIRO of de KSA. Dit verschil in grootte bleek wel een gevoelig punt. De vraag naar een eigen domein was bij de drie jeugdbewegingen zeer uitgesproken.

We willen geen drie onderscheiden gebouwen maken. Enige samenhang leek ons wel op zijn plaats. We ontwerpten één langgerekt gebouw dat slingert tussen de perceelsgrenzen. Het gebouw, samen met de uitbreiding van het Zeebos, deelt het terrein in vier: een eigen buitenruimte voor elk van de drie jeugdbewegingen en een gemeenschappelijke koer rond de bestaande poel. De scheiding tussen de drie verenigingen is niet expliciet maar is er wel. De toegangsweg voor occasioneel autoverkeer komt uit in de gemeenschappelijke koer.

Er werd zoveel mogelijk met oppervlaktemodules ontworpen: bij een wisselend ledenaantal in de verschillende leeftijdsgroepen kunnen zo naar keuze lokaalmodules worden samengenomen of gesplitst.
Het is een gebouw zonder binnencirculatie want de jeugdbewegingen vertoeven bij voorkeur buiten en bij binnenactiviteiten worden de lokalen zelden gesloten. De verbinding tussen de verschillende lokalen, de keuken, het sanitair en de stapelplaats gebeurt via een overdekte buitengaanderij. De lokalen worden maximaal opengesteld naar de buitengaanderij. De buitengaanderij biedt beschutting aan de opengestelde binnenruimte.

De overkapping is een sloom hellend zadeldak met enkele nokken. Sommige delen van het gebouw hebben een verdieping, andere enkel een gelijkvloers. De lokaalhoogte en het plafond variëren met het dak. Op die manier krijgen gelijke lokaaloppervlaktes toch een verschillende ruimtelijkheid.

Met de abelen van het Zeebos vlakbij, dachten we aan Lewerentz' Marcuskerk temidden van de berken. Het metselwerk zal een echo van de abeelschors zijn: zandkleurige baksteen met gezaagd oppervlak 'slordig' vermetst waarbij de mortel meegaand over de baksteen wordt uitgestreken.