architecten Els Claessens en Tania Vandenbussche

Woning Gent

2007-2010

stabiliteit Babel ingenieurscollectief, Laurens Luyten - Wouter Notebaert

© Hilde D’haeyere

Een vrijstaande woning is eind de jaren 50 een eerste maal verbouwd. Door deze verbouwing is de woning achteraan uitgebreid met een dubbel hoog volume met keuken en badkamer dat een goed contact tussen de woning en de tuin verhinderde en vooral veel zonlicht wegnam in de woning. Aan de straatkant was een volume toegevoegd waarin gelijkvloers een overmaat aan circulatieruimte en te weinig verblijfsruimte zat.
De vraag van de huidige bouwheer naar meer leefruimte en een betere relatie met de tuin had makkelijk nogmaals kunnen leiden tot een substantiële uitbreiding van de woning. We dachten echter op een andere manier over de pijnpunten en verwachtingen na en bekwamen uiteindelijk een kleiner volume met meer bruikbare ruimte.

Het ontwerp gaat uit van het bewaren van het hoofdvolume met zijn karakteristieke hellende dakvorm en van de afbraak van het 2 bouwlagen hoge volume met plat dak achteraan het gebouw. Op deze manier komt er aan de tuinkant royaal zonlicht binnen in de woning en krijgen deze kamers opnieuw contact met de tuin. De inkom bevindt zich niet langer in de voorgevel maar in de rechtse zijgevel. Door meer centraal in de woning binnen te komen is er plaats gemaakt voor een extra kamer aan de voorgevel en wordt het aandeel circulatieruimte beperkt. De bestaande kamers zijn geoptimaliseerd door het bewust (ver)plaatsen of supprimeren van bepaalde ramen en binnendeuren. Aan de zij- en achtergevels is gelijkvloers een nieuwe schil geplaatst die, afhankelijk van de noodzaak, luifel is, zenitaal licht geeft of de proporties van de bestaande kamers verbetert.

Er is geopteerd om de volledige buitenschil te isoleren. Het buitenspouwblad is afgebroken, de spouw is verbreed en geïsoleerd er is een nieuw buitenspouwblad in metselwerk geplaatst.
In het gevelmetselwerk wordt er op een subtiele manier onderscheid gemaakt tussen de 'plint', het gedeelte tot aan de bovenkant van de gelijkvloerse ramen en de gevelbehandeling daarboven. Alle metselwerk wordt uitgevoerd in een lichtgrijze baksteen, bij de plint vlak vermetst met fris geschilderd houten schrijnwerk, daarboven in reliëf vermetst met grijs aluminium schrijnwerk. De betonnen banden van de nieuwe luifels en dakranden zijn in dezelfde kleurtint als het metselwerk gestort. Het contrast tussen het gelijkvloerse, oranje schrijnwerk en de monochrome, grijze uitvoering van baksteen, beton en aluminium versterkt de link tussen de gelijkvloerse leefruimtes en de tuin.